Horeca – einde tijdelijke tariefwijziging BTW

In het voorjaar berichtten wij over de tijdelijke BTW-verlaging in de horeca. Deze loopt nog tot 30 september 2021 en wordt niet verlengd. De BTW-verlaging naar 6 % was een federale steunmaatregel die ingevoerd werd ter ondersteuning van de horeca in het kader van de coronacrisis.

Vanaf 1 oktober 2021 zullen de BTW-tarieven dus opnieuw stijgen naar de gebruikelijke 12 % en 21 %.

Wij willen er dan ook op wijzen tijdig uw witte kassa aan te passen.

UBO – wijzigingen wetgeving

Sinds enige tijd bestaat er een verplichting voor vennootschappen, vzw’s, internationale vzw’s /stichtingen om hun uiteindelijk begunstigden te registreren in het UBO-register.

Het is belangrijk dat dit register blijvend correct ingevuld wordt en dat de jaarlijkse herbevestiging gebeurt. Nieuw is dat bij elke registratie verantwoordingsstukken moeten toegevoegd worden die aantonen dat de ingevulde gegevens accuraat, nauwkeurig en actueel zijn.

Uiterlijk op 31 augustus 2021 moeten de ingevulde gegevens herbevestigd worden en de stavingsstukken worden toegevoegd.

Horeca – tijdelijke tariefwijziging BTW

Het is bijna zover. De eerste stap richting volledige heropening voor de horeca komt eraan. Vanaf 8 mei 2021 treedt het buitenplan in werking en mogen cafés en restaurants hun terrassen openen.

Dit gaat gepaard met een tijdelijke BTW-verlaging vanaf 8 mei 2021 tot en met 30 september 2021.

Concreet:

  • Restaurant- en cateringdiensten die normaal onderworpen zijn aan het tarief van 12%: 6%
  • Ter plaatse geconsumeerde dranken, zowel alcoholische als niet-alcoholische dranken: 6%

Let op:

  • Alcoholische dranken die niet ter plaatse worden geconsumeerd blijven onderworpen aan het tarief van 21%.
  • Het verlaagd tarief geldt ook voor het verschaffen van dranken zonder maaltijden, voor zover dat gepaard gaat met voldoende bijkomende diensten voor de onmiddellijke consumptie ervan.

Dit betekent dat ook het geregistreerd kassasysteem moet aangepast worden. Daarover kan je hier meer info terugvinden.

Flitscontroles coronamaatregelen

De sociale inspectiediensten hebben aangekondigd flitscontroles te organiseren om na te gaan of de coronamaatregelen binnen bedrijven goed opgevolgd worden.

Men gaat bij deze controles bijvoorbeeld na of er voldoende sanitaire maatregelen genomen zijn (voorzieningen om de handen te wassen, papieren tissues om handen af te drogen, aanwezigheid handgel, poetsen van vaak aangeraakte objecten zoals deurklinken,…), of er voldoende aandacht besteed wordt aan social distancing (markeringen, looproutes, zitplaatsen, afstand tussen verschillende werkposten,…) en ventilatie van de werkruimtes, maar bijvoorbeeld ook nazicht op het Passenger Locator Form.

Je kan een checklist raadplegen via volgende website: https://www.siod.belgie.be/sites/default/files/content/download/files/20201210_siod_f_controlelijst_covid19.pdf

Overbruggingsrecht – berekening sociale bijdragen

Hoewel de overheid lang liet uitschijnen dat het corona overbruggingsrecht niet zou meetellen voor de berekening van de sociale bijdragen, heeft zij dit standpunt (gedeeltelijk) herzien.

Concreet betekent dit voor de eenmanszaken dat de uitkeringen van het corona-overbruggingsrecht meegeteld zullen worden voor de berekening van de definitieve sociale bijdragen. Het relance-overbruggingsrecht wordt buiten beschouwing gelaten. In veel gevallen zal dit tot gevolg hebben dat de eindafrekening van de sociale bijdragen 2020 hierdoor hoger zal zijn.

Voor de bedrijfsleiders tellen het corona-overbruggingsrecht en het relance-overbruggingsrecht niet mee voor de berekening van de definitieve sociale bijdragen. Het is dan ook de vraag of dit een gerechtvaardigd onderscheid is en of dit overeind zal blijven…

Geen decembervoorschot BTW

In het kader van de coronamaatregelen, vervalt de verplichting om nu in december een voorschot te betalen. Dit geldt zowel voor de maandaangevers als voor de kwartaalaangevers.

Eerste werknemer

De aanwerving van een eerste werknemer is een grote stap. Er komt best wat bij kijken en de algemene perceptie over loonkosten zorgt er soms voor dat ondernemers onzeker zijn om deze stap vooruit te zetten. 

Tot 31 december 2020 wordt de loonkost voor de werkgever gevoelig verminderd. De patronale basisbijdragen, die je als werkgever betaalt bovenop het brutoloon (meestal 25%), worden vrijgesteld.

Als je je eerste werknemer nog aanwerft in 2020, hoef je deze werkgeversbijdragen niet te betalen. De vrijstelling geldt voor onbepaalde duur, wat eigenlijk wil zeggen dat je voor je eerste werknemer nooit deze basis-werkgeversbijdragen moet betalen. De vrijstelling is ook niet persoonsgebonden, dus als de samenwerking stopt en iemand anders deze werknemer vervangt, blijft de vrijstelling doorlopen.

Als je eraan denkt een eerste werknemer in dienst te nemen in 2020 ben je zeker dat je de vermindering nog kan genieten. Het regeerakkoord voorziet in een verlenging van deze maatregel, maar de reglementering moet nog worden aangepast. Meer info? Aarzel niet om ons te contacteren.

Investeringsaftrek

Investeringen door ondernemers, zowel eenmanszaken als vennootschappen, worden gestimuleerd door het toekennen van een investeringsaftrek.

De investeringsaftrek houdt in dat, onder bepaalde voorwaarden, een deel van je winst kan worden vrijgesteld van belastingen door te investeren in nieuwe goederen die je beroepsmatig gebruikt.

Omwille van de economische impact van corona zijn ondernemingen soms geneigd een afwachtende houding aan te nemen en investeringen uit te stellen. Om dit tegen te gaan en investeringen opnieuw aan te moedigen wordt het percentage voor investeringen tussen 12 maart 2020 en 31 december 2020 opgetrokken naar maar liefst 25%.

Nu voorziet het nieuwe regeerakkoord in een verlenging van deze maatregel met twee jaar.

Een investering doen ter waarde van 2 000 EUR zorgt er dus voor dat 500 EUR van je winst kan worden vrijgesteld van belastingen als je voldoet aan de voorwaarden. Het overwegen waard!

BTW-bouwaangifte

Als je (ver)bouwde moest je tot voor kort een bouwaangifte (formulier 106.3) indienen bij de FOD Financiën zodat de fiscus kon nagaan of er over de uitgevoerde werken voldoende BTW werd betaald. Bij deze aangifte moest je dan allerlei bewijsstukken toevoegen zoals de facturen, bonnetjes, offertes, plannen enzovoort. In 2018 werd beslist deze procedure aan te passen en te vereenvoudigen. De uitvoeringsbesluiten lieten echter op zich wachten. In de tussentijd moesten geen BTW-bouwaangiftes meer worden ingediend, maar moesten enkel de bewijsstukken worden bijgehouden. Op heden is het nieuwe formulier gepubliceerd (formulier nr. 111 B57). Het bestaat uit een vragenlijst met 15 vragen die betrekking hebben op de aard en kenmerken van het gebouw (open of halfopen bebouwing, aantal bouwlagen, daktype, aanwezigheid bijgebouwen) de oppervlakte, het aangerekende BTW-tarief, de kostprijs van de werken, de gebruikte bouwtechnieken, een overzicht van de zelf uitgevoerde werken,…

De nieuwe werkwijze heeft de administratie verduidelijkt in een circulaire.

De administratie zal op basis van goedgekeurde stedenbouwkundige vergunningen een selectie maken van de dossiers die het nieuwe formulier zullen ontvangen. Niet iedereen zal dus een formulier ontvangen. Als je een schrijven ontvangen hebt, moet je het formulier uiterlijk binnen de drie maanden na de betekening van het kadastraal inkomen van het gebouw terugbezorgen.

In elk geval moet de bouwheer de bewijsstukken vijf jaar bewaren, zodat nazicht mogelijk blijft.

Vennootschapsrecht – inwerkingtreding nieuw WVV

Er is sinds 1 mei 2019 een nieuw wetboek van vennootschappen en verenigingen (WVV). Vanaf die datum kon je als bestaande vennootschap of vereniging kiezen voor een vervroegde opt-in. Daarin besloot je de rechtspersoon vervroegd te onderwerpen aan het WVV.

Als je daarvan geen gebruik hebt gemaakt, zijn alle bepalingen van het nieuwe wetboek sinds 1 januari 2020 principieel van toepassing op jouw organisatie. Concreet:

  • Er zijn bepalingen waarvan niet kan worden afgeweken. Deze noemt men de dwingende bepalingen. Bestaande statutaire bepalingen die in strijd zouden zijn met deze dwingende bepalingen worden terzijde geschoven en als ongeschreven beschouwd. Een aantal voorbeelden:
    • Het kapitaal en de wettelijke reserve werden op 1 januari 2020 automatisch en zonder enige formaliteit, omgezet in een statutair onbeschikbare eigen vermogensrekening. Het niet-gestorte gedeelte van het kapitaal werd op dezelfde wijze omgevormd in een eigen vermogensrekening “niet-opgevraagde inbrengen”. Deze onbeschikbare eigen vermogensrekening kan later nog beschikbaar gemaakt worden.
    • De gebruikte afkortingen en benamingen werden gewijzigd, ook al zijn de statuten nog niet aangepast. De BVBA bijvoorbeeld wordt vanaf 1 januari 2020 een BV genoemd. Zaakvoerders van een vroegere BVBA worden vanaf 1 januari 2020 bestuurders genoemd.
    • Voor uitkeringen vanaf 1 januari 2020 moet een balans- en liquiditeitstest uitgevoerd worden.
  • De aanvullende bepalingen zijn de bepalingen die toepassing vinden in zoverre die toepassing niet door de statuten wordt uitgesloten.

De bestaande statuten blijven dus gelden in de mate dat ze niet strijdig zijn met de dwingende bepalingen.

Van zodra er vanaf 1 januari 2020 een statutenwijziging plaatsvindt, moeten de statuten worden aangepast aan het nieuwe wetboek. Op dat moment kunnen ook een aantal zaken aangepast worden. De onbeschikbare eigen vermogensrekening kan op dat moment bijvoorbeeld beschikbaar gemaakt worden, geheel of gedeeltelijk. Dit betekent dat zij gemakkelijker kan worden uitgekeerd. Er is heel wat flexibiliteit voorzien, maar je kan er ook voor kiezen de huidige statuten zoveel mogelijk te behouden.

Er is tijd tot 1 januari 2024 om het nieuwe wetboek te implementeren in de statuten. Vóór 1 januari 2024 moet je dus langs de notaris geweest zijn om de statuten aan te passen.

Graag

meer info?

U kan ons steeds vrijblijvend contacteren. 
We staan klaar om al uw vragen te beantwoorden.